Lees artikel

10 kinderen over de 10 mooiste bijbelverhalen

Ook in de kinderkerk kwamen de tien mooiste bijbelverhalen van Groningen voorbij. Dankzij filmpjes, quizjes, spelletjes, verhalen en een leuk kwartet weten de Stadskerk-kids precies waar de tien mooiste bijbelverhalen over gaan. En daar willen ze best wat over vertellen.

  1. De Schepping, door Kyan (6): God heeft de wereld gemaakt, met zijn grote krachten. Hij is een superheld. Hij maakte mensen, auto’s, motors en speeltuinen. Ik vind dat Hij dat heel leuk gedaan heeft.
  2. Noach, door Jeremy (9): De Here God maakte een stormvloed, omdat de mensen niet meer goed voor elkaar waren. Noach maakte een hele grote boot, van wel drie meter ofzo. Alle dieren gingen naar binnen, alleen mannetjes en vrouwtjes. Toen ging het heel hard stormen en regenen. Het duurde heel lang voordat het droog werd. Toen het bijna voorbij werd, liet Noach de duif los. De tweede keer kwam de duif terug met een takje in zijn mond. De derde keer kwam hij niet meer terug. Ze mochten uit de boot. Er kwam een regenboog en Noach ging een offer brengen.
  3. Jozef, door Mattan (7): Jozef werd in de put gegooid door zijn broers. Toen werd hij verkocht aan Egyptenaren. Hij moest door de woestijn lopen en werd als slaaf verkocht aan een rijke man. De man vond hem een harde werker, want hij had de vloer van het paleis helemaal in zijn eentje schoongemaakt. De Farao kreeg een droom dat zeven magere koeien zeven dikke koeien opaten. En nog een droom van zeven gezonde korenvelden, die zeven dorre korenvelden op aten. Jozef moest de dromen uitleggen. De Farao was zo dankbaar dat Jozef onderkoning werd.
  4. Boaz en Ruth, door Boaz (9): Naomi was een oma. Ze ging naar een stad en daar overleden haar man en zonen. Haar zonen waren getrouwd met twee vrouwen, één ging weer terug naar huis, maar Ruth ging met Naomi mee. Ze hadden niet veel geld, daarom moest Ruth werk zoeken. Boaz had een groot land, hij vroeg aan mensen die geen werk hadden: kom je bij mij? En hij gaf iedereen precies even veel geld! Ook Ruth ging bij Boaz graan ophalen. Boaz werd een beetje verliefd op Ruth. Toen gingen ze trouwen en kregen ze een kindje.
  5. David en Goliath, door Isa (4): Goliath de reus ging vechten. Maar de mensen durfden niet, omdat hij een reus was. David ging vier stenen zoeken. Die gooide hij met een touw tegen het hoofd van Goliath. Toen viel Goliath om. David ging met de prinses trouwen en daarna ging hij een liedje zingen voor de schaapjes.
  6. Koningin Esther, door Esther (7): De koning was heel boos op zijn vrouw, ze gingen uit elkaar. Er kwamen allemaal meisjes naar het paleis. De koning koos een nieuw meisje: Esther. Zij werd koningin. Er was ook een hulp van de koning, die zei dat iedereen voor hem moest buigen. De oom van Esther wou dat niet, hij wou alleen voor God buigen. Toen wou de hulp van de koning iedereen van het volk doodmaken. Esther vroeg aan de koning of hij met haar wou eten. Ze vroeg het wel twee of drie keer. Toen ging ze een plan bedenken en het volk was weer veilig.
  7. De geboorte van Jezus, door Seth (8): De engel Gabriël had tegen Maria gezegd dat ze een kindje zou krijgen: Jezus, ook wel de Messias genoemd. In het echt was God de vader van Jezus. Maar toen Maria hem kreeg was Jozef de vader. Hij werd geboren in een herberg, want alle hotels waren vol. Er kwamen herders op bezoek en iemand van het Oosten. Toen Koning Herodes hoorde dat er een nieuwe koning was geboren, wou hij wraak nemen. Maar Jezus was gevlucht.
  8. De verloren zoon, door Sari (9)Een vader heeft twee zoons. De jongste wil alvast al zijn zakgeld en gaat op reis. Hij geeft allemaal feesten, maar als zijn geld op is, gaan zijn vrienden weg. Dan gaat de zoon terug naar huis. Zijn vader staat al door het zolderraam te kijken. Ineens ziet hij iemand op het pad lopen, het is zijn zoon. De zoon denkt: Ik hoor er niet meer bij, want ik heb iets verkeerds gedaan. Maar de vader zegt: Je hoort er wél helemaal bij, want je bent teruggekomen. Dan geeft de vader een feest voor hem. De andere zoon wil eerst niet meedoen, maar aan het eind doet hij ook nog even mee met het feest.
  9. De barmhartige Samaritaan, door Silke (bijna 11) en Gerda (10) – Jezus vertelt een verhaal over een man die beroofd werd. Ze sloegen hem en hij bleef op de grond liggen. Toen liep er een priester langs. De man dacht: Yes! Eindelijk iemand die me wil helpen. Maar de priester liep met een boogje om hem heen. En daarna kwam er een hogepriester, die liep er ook omheen. Toen kwam de barmhartige Samaritaan, een vijand. De man dacht: Oh no! Hij gaat me verder in elkaar slaan! Maar hij vroeg juist hoe het ging en bracht hem naar het ziekenhuis. Als het verhaal afgelopen is vraagt Jezus: wie is de naaste? En dat is dan de barmhartige Samaritaan. Gerda: Ik probeer zelf ook aardig te zijn. Silke: ik heb bijvoorbeeld in de klas een aartsvijand, maar toen hij werd gepest vond ik dat wel zielig. Dus toen heb ik hem geholpen door het tegen de juf te zeggen.
  10. Lijden en Sterven van Jezus, door Ekisha (5) De Here Jezus was doodgegaan door het kruis. Ze gingen hem in het graf leggen en toen deden ze er een hele grote steen voor. De mevrouwen gingen bij het graf kijken en toen was Jezus eruit. Ze dachten dat iemand Jezus had gestolen. Maar dat was niet zo. Hij was gewoon zelf uit het graf gestapt en opgestaan. Zijn papa had hem daarbij geholpen. En op Pasen is ook mijn opa jarig.

Door: Sietske Kremer