Lees artikel

Column ‘Zijn armen’

De laatste keer dat ik mijn vader in levende lijve heb gezien zal en wil ik nooit vergeten: hij bracht me naar de auto die op de oprit stond. We zoenden en stonden even met de armen stijf om elkaar heen. We hielden immers zo ontzettend veel van elkaar. Mijn moeder stond voor het raam en dacht:” Wat staan ze weer heerlijk met elkaar te knuffelen, die twee”.

Drie dagen later zag ik hem weer. Toen lag hij dood in bed: overleden aan een hartstilstand. Mijn wereld stortte in. Mensen die mijn schrijfsels vaker lezen weten dat wij na zijn dood en die van mijn schoonmoeder negen dagen later  een enorm verdrietig jaar zijn doorgegaan. Ze weten ook dat we een jaar later zijn bekeerd doordat de Heer met Zijn aanwezigheid onze kamer vulde, ons verdriet in één keer wegnam en ons vulde met  Zijn Trooster. Het was de mooiste dag van mijn leven toen ik door genade Zijn armen om me heen voelde en me veilig en getroost mocht weten. Daar kan geen trouwdag of geboortedag van de kinderen tegenop. Het verdriet, de vragen, de angst en de opstandigheid waren verdwenen. Het was goed: ze waren bij de Heer. Dat mochten we ook weten. Natuurlijk was er het  gemis, maar ook daar hielp onze Vader in de hemel ons ook doorheen.

Dat mijn vader zo met ons knuffelde had een achtergrond: hij was de jongste telg van het gezin en werd door zijn moeder verwend, maar kreeg van zijn vader nooit een zoen of een knuffel. Hij wist niet eerder dat zijn vader van hem hield totdat hij in de oorlog drie dagen werd vermist doordat hij door de Duitsers werd vastgehouden. Mijn oma was al overleden en mijn opa heeft die drie dagen ziek van bezorgdheid in bed doorgebracht. Vanaf toen nam mijn vader zich voor dat zijn kinderen zouden weten dat hij om ze gaf. En dat hebben we geweten.
Hij knuffelde, was overbezorgd, zeer bij ons betrokken en we konden met alles bij hem terecht. Zelfs de mensen in het dorp spraken erover:” Die man doet alles voor zijn kinderen” en ze wisten allemaal hoe warm en hecht het bij ons thuis was.

Deze erfenis koester ik. Uiteraard had hij ook eigenschappen die minder leuk waren- hij was een gewoon mens met hebbelijk-en onhebbelijkheden-maar zijn liefde en warmte overheersten. Onlangs hoorde ik Ruth Peetoom in een interview vertellen van een soortgelijke liefdevolle jeugd:” Daar teer je een leven lang op”, zei ze.

Dat beaam ik ten volle. Door de liefde van mijn ouders ben ik in staat geweest om deze grote erfenis door te geven aan het volgende geslacht. En als ik na dit leven Thuiskom zal ik me weer door pap laten omarmen en ik zal hem vertellen hoe zijn liefde me mijn leven lang is bijgebleven en hoe dankbaar ik voor zijn liefde ben. Maar bovenal zal ik hem vertellen hoe de eeuwige armen van mijn hemelse Vader onder me waren. Hoe Hij me heeft getroost en me mijn leven lang bij de hand heeft gehouden, me door stormen heeft geloodst en me op vreugdevolle bergtoppen heeft gebracht. En samen met hem en mam en nog veel meer geliefden zullen we Hem dan loven voor Zijn onvoorwaardelijke en onuitputtelijke Liefde die ons Thuis heeft gebracht.

Gerry Buitenwerf