Lees artikel

Face your fear

Als ik naar Blauw Bloed op de televisie kijk en me vergaap aan de prachtige outfits van de royals, denk ik vaak:” Wat zien ze er mooi uit. Geweldig”. Ik denk er trouwens meteen achteraan: “Ben ik even blij dat ik wel een hemels Koningskind, maar geen aardse royal ben”. Het oogt natuurlijk fantastisch, die glitter en glamour. Maar het gevoel dat je constant in de schijnwerpers staat lijkt me helemaal niks.

Echter niet alleen dat stuit me tegen de borst. Ik ben ook blij dat ik geen aardse royal ben, omdat ik dan niet al die ijzingwekkende dingen hoef te doen die zij wel doen. Zoals vliegen. Ik heb een keer gevlogen en vond dat vreselijk. Ik werd duizelig en hoewel ik me kapot heb gekauwd op kauwgum heb ik nooit meer zulke zere oren gehad als toen. Daar komt bij dat ik zó doodsbang was dat ik mijn echtgenoot ronduit verbood uit het raampje te kijken. Uiteraard trok hij zich daar niets van aan. Verder dacht ik de hele tijd maar één ding:” Ik zit in een bus, ik zit in een bus”.
Nu wil ik dolgraag weer eens naar onze vrienden in Engeland waar we met de boot zijn geweest. Ook dát was geen succes: het stormde en hoewel ik niet over hoefde te geven slingerde ik als een beschonken del door de ferry. Ondertussen vroeg ik me af waarom een mens gezegend is met een evenwichtsorgaan als het ding je op de meest cruciale momenten in de steek laat. Na de acht uur durende bezoeking op het water was ik dolblij weer vaste grond onder de voeten te hebben. Verder heb ik hoogtevrees. Voor mij dus geen angstaanjagende ritjes in kabelbanen de berg op en af en geen afdalingen op de lange latten.

Goed, iedereen heeft natuurlijk angsten. Angsten zijn er echter om overwonnen te worden, zeggen mijn kinderen en ze leven dat zelfs voor. Kinderen en schoonkinderen met vliegangst vliegen beroepshalve en recreatief heel wat af. Chapeau!!
Nu ik nog.” Ja mam, je hebt het er over dat we op de Heer moeten vertrouwen toch? Je zegt altijd dat je voor de duvel niet bang bent. Show it, mama. Face your fear.  Geloof en gá. Als wij het kunnen, kun jij het ook. Bovendien: toen je naar Portugal vloog was je nog geen christen”.

Ze hebben gelijk, mijn Bikkels Buitenwerf die er gewoon voor gáán. In geloof. En ook ik moet alleen maar geloven. Hoe makkelijk is dát. God is bij me, waar ik ook ga. Angst komt niet van de Koning, maar van de vijand. Als ik angst toelaat, laat ik hem op mijn grondgebied toe en heb ik geen autoriteit om hem te verjagen. Ik moet hem recht in het gezicht kijken, hem met zijn leugens om de oren slaan en gáán. Maar voor het zover is moet er nog een oorlog plaatsvinden met als titel: ‘De strijd van de kleingelovige Gerry’. Heer, vergeef mij. Ik ben dan wel een hemelse royal, maar niets menselijks is mij vreemd, zoals U maar al te goed weet.
Hoelang die oorlog overigens zal duren, is nog ongewis. Ik bereid me erop voor en misschien face ik ooit my fear en stap ik dus nog eens op een vliegtuig. Voor een kort vluchtje naar Engeland, bijvoorbeeld. Ik houd jullie op de hoogte. Nou ja, hoogte ? Nog maar even niet aan denken.

Gerry (nog geen Bikkel) Buitenwerf