Lees artikel

De God die voorziet is groot

De God die voorziet is groot, vergevend en goed, zelfs voor een twijfelaarster als mij.

Fragment uit het dagboek van de weduwe van Sarfath,( 1 Koningen 17:7-24)

Lief dagboek,

Ik ben hondsmoe, maar ik moet even kwijt wat me vandaag is overkomen. Wat heb ik een verschrikkelijke, maar ook een prachtige dag gehad. Klinkt raar en dat is het ook. Maar laat me beginnen bij het begin. Zoals je weet had ik die profeet in huis. Hij had immers – toen Ben en ik dreigden te sterven van de honger – voorspeld dat we niet zouden sterven, sterker nog dat er altijd meel en olie zou zijn? Dat kwam precies uit. Nooit ontbrak het aan meel en olie. Toch twijfelde ik aan hem. Was het wel echt een man van God? Deed God die wondertekenen door hem heen of kwam het van de duivel, de aap van God? Die imiteert immers alles, denk maar aan de wonderen in Egypte voor de uittocht. God liet de staf veranderen in een slang, de waarzeggers deden hetzelfde.

Sinds vandaag weet ik dat deze Elia geen valse, maar een ware profeet is. Maar wat moest ik door een diep dal voordat ik dat zag. Mijn liefste en enige zoon, die alles voor me was sinds de dood van mijn man, werd ziek en stierf vanmiddag. Mijn wereld schudde op zijn grondvesten. God had hem en mij van de hongerdood gered door de profeet heen en nu kwam de dood alsnog in mijn huis. Was hij dan toch een valse profeet? Spiegelde satan door hem heen ons een fata morgana voor om vervolgens zijn dodelijke pijlen op ons af te schieten? Was ik nu aan de beurt? En waar was God in dit alles?

Ik was wanhopig, mijn hart was verscheurd door verdriet en twijfel. Twijfel aan Elia en dat heb ik hem ook klip en klaar verteld. “Heb ik je hier laten wonen omdat je me aan mijn zonden moest herinneren en omdat je mijn zoon moest laten sterven? Wat is dit? Ben jij wel een ware profeet? Ben jij überhaupt wel een profeet?” schreeuwde ik hem toe. Hij keek me bedroefd aan en zei maar vier woorden. “Geef me je zoon”. Hij nam mijn dode zoon van mijn schoot en liep met hem naar zijn kamer boven. Ik liet hem gaan, al wist ik op dat moment niet waarom. Ik was verdoofd van verdriet. Nu was ik echt alleen op de wereld, zonder man, zonder kinderen. Mij wachtte een ellendig bestaan.

Met nietsziende ogen staarde ik voor me uit naar een kapot leven. Opeens hoorde ik voetstappen. Geen twee, maar vier. En hoorde ik het goed? Hoorde ik iemand met het lieve stemmetje van Ben ‘Mama” zeggen? Dat kon toch niet? Ik draaide me om en moest weer huilen. Maar nu van blijdschap: mijn lieveling stond naast Elia. Hij leefde en was zo gezond als een vis. God had hem opgewekt, nadat Elia voor hem had gebeden.

Nu wist ik dat Elia echt een man van God was en ben ik voor hem neergeknield. Ik schaamde me diep en heb voor God en Elia mijn zonde van twijfel beleden. Ik kreeg ter plekke vergeving. Daarna heb ik mijn familie, buren en vrienden geroepen en hebben we feest gevierd en God geprezen. Nu snap je waarschijnlijk wel dat deze dag zowel verschrikkelijk als prachtig was. De God die voorziet is groot, vergevend en goed, zelfs voor een twijfelaarster als mij. 

Gerry