Lees artikel

Omarm de ongemakkelijkheid

Je kent het wellicht: op zondagmorgen in de kerk wordt bij het welkom de opdracht gegeven degene naast je even te begroeten met een hand of een knuffel.  Vastberaden draai je je om en strekt je hand uit. Helaas ging degene naast je voor een knuffel, met wat ongemakkelijke bewegingen en hier en daar een “Oeps” en “Ho, sorry” tot gevolg . Pijnlijk.

Inmiddels ben ik zelf al zo’n tien keer in een soortgelijke situatie beland, wat me aan het denken heeft gezet over deze grappige gewoonte die wij er in de Stadskerk op na houden en wel in meer Evangelische kerken voorkomt. Ik ging er eens op letten en kwam erachter dat er knuffels zijn in soorten en maten, die zowel binnen als buiten de kerkmuren bestaan.

Allereerst heb je natuurlijk de welgemeende dikke vette hug: dit zijn de knuffels met een hoog ‘Hello Goodbye’- of ‘All You Need is Love’-gehalte. Je stapt uit de trein en ziet je beste vriendin op het perron staan, je hebt je broer al een paar maanden niet gezien of je haalt je zoontje op van zijn eerste dag op school. Deze knuffels zijn eigenlijk de beste knuffels, want in alles spreekt er oprechte liefde uit die zegt: “Zo fijn om jou te zien!”.

Ook zijn er knuffels die typerend zijn voor mannen of vrouwen. Je hebt de echte ‘mannen-omhelzing’: een stevige knuffel met bijna altijd een klap (of drie) op de schouder/rug. Met een beetje geluk gaat er ook nog een ferme handdruk aan vooraf. Bij deze knuffels zal je zelden horen: “Zo fijn om jou te zien!”, maar ze zijn bijna altijd toch lief bedoeld, op een stoere mannelijke manier dan.

De tegenhanger hiervan is natuurlijk de vrouwenknuffel: deze is een stuk zachter, soms bijna voorzichtig. Denk bijvoorbeeld aan de Amerikaanse realityserie- knuffel, waarin vrouwen elkaar heel slap vasthouden, elkaar eigenlijk gewoon niet eens echt aanraken en een kusje naast, ik herhaal naast, de wang geven. De Nederlandse vrouwenknuffel is anders: deze gaat bijna altijd gepaard met een aai over de rug, een kus op (op!) de wang of een kneepje in de hand. Een complimentje als “Wauw, je ziet er echt fantastisch uit!” is deze vrouwenknuffel ook niet vreemd. De Nederlandse vrouwenknuffel is daarom vaak warm, oprecht en liefdevol.

Een ander in zijn soort is de ‘Ik weet niet zeker of ik je hier goed genoeg voor ken, maar ik doe het toch’-knuffel. Deze kenmerkt zich door een ongemakkelijke sfeer om het knuffelmoment heen. Soms begeleid met een aankondiging – Ik hoor mezelf vaak zeggen: “Ik ga je even een knuffel geven, hoor” – en vaak achteraf met een gevoel van bevestiging bij beide partijen: “Deze persoon begroet ik vanaf nu met een omhelzing.”  Dit fenomeen doet zich vaak voor tijdens verjaardagen – “Oeps, ik heb de hele kring al een knuffel gegeven, nou dan de zus van mijn tantes vriend ook maar” – of andere groepsbegroetingen, want wie geef je wel een knuffel en wie niet? Dan toch het liefst iedereen of niemand.

Het is deze laatste knuffel in al z’n ongemakkelijkheid, die je in onze kerk en vergelijkbare kerk-kringen terug ziet. Soms misschien uit gewoonte, maar ik denk vaker vanuit enthousiasme en om de ander te laten weten dat je hem waardeert en liefhebt. Daarom willen we deze soms ongemakkelijke omarming toch niet kwijt.

Want hoeveel verschillende knuffels er ook zijn, in hun ongemakkelijkheid, stoerheid, zachtheid of intensiteit, het gaat meestal om de boodschap: “Hoe goed ik je ook ken of niet, ik wil jou met open armen ontvangen. Ik omarm jou, zie jou en waardeer jou.” Dat is toch meer veelzeggend dan een ferme handdruk?

Ik besluit de volgende dienst toch maar voor een dikke vette hug te gaan. Dus als je naast me zit, weet je wat je te wachten staat…

Marrit Claus