Lees verder

Wat wij geloven

De afkorting VBG in ‘Stadskerk | VBG’ staat voor Vrije Baptistengemeente Groningen. Als je iets weet van de vele kerkelijke stromingen in Nederland, dan vertellen we hiermee misschien al iets over wat wij als Stadskerk | VBG geloven. Belangrijker is dat wij ons aansluiten bij de kern van het evangelie zoals deze te vinden is in de Bijbel en door de eeuwen heen onveranderd is gebleven.

Wij geloven in…

  • God als Vader
    Volmaakt goed en liefdevol, schepper van alles wat is, doel en bestemming van mensen.
  • De Bijbel als gezaghebbend
    Het enige, door God geïnspireerde, door mensen doorleefde en gezaghebbende geschrift.
  • Jezus als Verlosser
    God en mens tegelijk, die de gevolgen droeg van onze fouten en daarmee onze enige hoop.
  • De Heilige Geest
    De Geest van God die mensen overtuigt en vanaf hun bekering vrede, kracht en wijsheid geeft.
  • Eén weg terug
    Wie vertrouwt op Jezus‘ verlossing mag leven in vrede met God en uitzien naar eeuwig leven.
  • De kerk
    De kerk is universeel, maar het is de lokale kerk waar Christenen aanbidden en groeien.
  • De doop
    Door de doop toont een volwassene zijn geloof door zich te identificeren met Jezus’ dood.

Hierin streven wij naar…

Eenheid in wat belangrijk is
Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is. (Efeze 4:3-6)

Vrijheid in wat persoonlijk is
Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan. Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden.Uw overtuiging is een aangelegenheid tussen u en God. (Romeinen 14:4,12,22)

Liefde als basis en motief
Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. (1 Korinthe 13:2)